1. En het geschiedde in die dagen…
MARIA werd verrast door een engel, door herders en door de wijzen uit het Oosten…
Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. Lukas 2:19
Wie is dit kind?
MARIA werd verrast door een engel, door herders en door de wijzen uit het Oosten…
Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. Lukas 2:19
Wie is dit kind?
geloofde Maria nog steeds in haar zoon:
“Wat Hij u ook zegt, doe dat!”
“Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is!” Johannes 2:5
Wie is deze man?
3. Bij de bron verraste Jezus een Samaritaanse vrouw:
“Kom mee en zie een mens, die gezegd heeft alles wat ik gedaan heb: zou deze niet de Christus zijn?”
Johannes 4:29
Wie is deze man?
4. BROOD & VIS zoveel als ze wilden, werd door Jezus verdeeld bij het meer van Galilea.
“Dit is werkelijk de profeet die in de wereld zou komen.” Johannes 6:14
Wie is deze man?
5. Ze ROEIDEN ongeveer vijf kilometer, toen ze plotseling Jezus over het meer zagen lopen. Ze werden bang.
“Ik ben het. Je hoeft niet bang te zijn.” Johannes 6:19, 20
Wie is deze man?
6. Ik ben het BROOD dat leven geeft. Wie bij mij komt, zal nooit meer honger krijgen.” Johannes 6:30, 31, 35
Wie is deze man?
7. Op de laatste dag van het Loofhuttenfeest, stond Jezus en riep: “Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.” Johannes 7:37,38
Sommigen vonden dat hij een goed mens was; anderen meenden dat hij het volk misleidde, en riepen, “U bent bezeten!’”Weer anderen beweerden: “Hij is de messias.”
Wie is deze man?
Op het Loofhuttenfeest, herinnerden de Joden hoe God hun voorouders had geleid en voorzien gedurende hun reis door de woestijn. Tijdens de zeven dagen van dit feest moesten ze in tijdelijke schuilplaatsen – tabernakels of loofhutten – wonen met een open dak om de hemel te kunnen zien, zodat ze eraan herinnerd werden dat het leven een reis is. En dat zekerheid, voorziening en zingeving in eerste instantie niet te vinden is in aardse bezittingen, maar van boven komt.
Hier pauzeren we even om te reflecteren op onze eigen reis, met op de achtergrond het geluid van het heen en weer rijdend verkeer op de snelweg.
Waar leidt onze reis naartoe? Waar vinden wij onze zekerheid? Zijn we klaar om verfrist te worden voor onze reis door het drinken van het levende water?
8. Ik ben het Licht der wereld. “Wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben.” Johannes 8:12
Wie is deze man?
9. "Eer Abraham was, ben Ik."
Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg zich. Johannes 8:59
Wie is deze man?
10. Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen.
Velen zeiden: “Hij is bezeten en waanzinnig.” Anderen zeiden: “Dit zijn geen woorden voor een bezetene.” Johannes 10:11
Wie is deze man?
11. Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.
Sinds die dag dan beraadslaagden zij Hem te doden. Johannes 11:25, 53
Wie is deze man?
12. De grote menigte namen palmtakken en riepen: “Hosanna, gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!”
en: “De koning van Israel!” Johannes 12:13
Juich, dochter van Sion! Zie, uw Koning komt, gezeten op het veulen van een ezel. Zachariah 9:9
Wie is deze man?
13. Als Ik van de aarde verhoogd ben, zal ik allen tot Mij trekken. En dit zeide hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zal. Johannes 12:32
En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe.
Johannes 3:14
Wie is deze man?
14. De Hoofdman en zij, die met hem Jezus bewaakten, zagen de aardbeving en wat er plaats had en zij werden zeer bevreesd en zeiden:
“Waarlijk, dit was een Zoon Gods.”
Mattheüs 27:54
15. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft. Mattheüs 28:6
16. “Maria!” Zij keerde zich om en zeide tot Hem in het Hebreeuws: ‘Rabboeni!’ dat wil zeggen, ‘Meester!’ Johannes 20:16
17. En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp genaamd Emmaüs, en zij spraken met elkander over al wat voorgevallen was.
En het geschiede dat Jezus zelf bij hen kwam. En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Lukas 24:13, 27
18. Wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als hij Hem ten hemel hebt zien varen.
Handelingen 1:11
19. Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen.
Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, weder met Zich alle dingen
te verzoenen, door Hem, hetzij wat op aarde, hetzij wat in de hemelen is. Kolossenzen 1:15,16,19,20
20. Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods, in hoop echter, dat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden... Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. Romeinen 8:19,20,22
21. 'Ik ben de Alfa & Omega,' zegt de Here God, 'die is en die was en die komt, de Almachtige.'
En toen zag ik, Johannes, iemand als eens mensen zoon; zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam, en zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en zijn stem was als een geluid van vele wateren: 'Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste.
Openbaring 1: 8,13-16,17,18